MURPHY DOMICILIEERT IN DE BIJKAMER

Uiteindelijk had de hitte ook mij verslagen op de warmste dag in juli. Koortsachtig hadden we ramen, vensters en koepels zonnedicht gemaakt en waar nodig met isolerend materiaal en duct tape afgeplakt om de warmte uit huis te weren, in de hoop het iets of wat, voor de komende dagen en nachten, koel en draaglijk te houden, wat gelukkig aardig lukte. Nadat ik boven in een rommelkamer onder het dak, bij de laatste te behandelen Velux, het rolgordijn had hersteld en afgesloten, stootte ik stoemelings mijn scheenbeen aan enkele opeengestapelde dozen waardoor ik mijn evenwicht verloor en in mijn val een paar dozen meesleurde, dewelke spontaan en ongevraagd hun inhoud over de nog resterende kleine oppervlakte uitstortten. Hoe kon ik het vergeten, Murphy domicilieert in deze bijkamer!

 

Waarom, in godsnaam, houdt een mens spullen bij waar hij al in tig-jaren niet meer naar om heeft gekeken? Bedolven onder de vreemdste prularia en met een spervuur aan doelgerichte verwensingen, vloekte ik mij overeind. Onder mij lag een groen-zwartgevlekt, met een dik kartonnen omslag, fotoalbum, de rug en hoeken verstevigd met grijs grof linnenstof, opengespreid. De zwarte bladeren vol gekartelde foto’s zaten geklemd tussen voorgekleefde, transparante hoekjes om de foto’s op hun plaats te houden.  De bladeren werden gescheiden door prachtig dun doorschijnend handgeschept zijdepapier met leliemotief. Door het flinterdunne zijdepapier zag ik dat er een foto, op de onderliggende pagina, vermoedelijk door de bruuske val op de houten planchet, mankeerde. De gekleefde lege hoekjes verrieden de plaats. Ik rechtte me tegen de antieke twijfelaar, het bed waar onze dochter lang geleden in heeft geslapen, en begon het album te doorbladeren.

Mijn vader met zijn boxje van Agfa.

In een van mijn verste herinneringen zie ik mijn vader nog altijd staan fotograferen op de Kalmthoutse heide met zijn Agfa boxje in zijn handen steunend tegen zijn steeds meer aankomende buik. Hij was reeds jong kalend met een zwarte kroon haar en blinkende schedel. Met zijn hemdsmouwen en broek met bretellen opgerold en op blote voeten, probeerde hij pre-Facebookachtige, vrolijke foto’s te schieten van zijn aanzienlijke kroost. Content pierend in dat kleine rechthoekige ruitje van amper 1,5 bij 2 cm, voor een liggende of staande foto, afhankelijk van de kantelwijze van het apparaatje. Gek genoeg fotografeerde hij enkel op familievakanties, verjaardagen, kleine uitstapjes en wanneer ze zelf op reis waren naar het buitenland, alleen met ons moeder maar meestal samen met nonkels en tantes. Daar droeg hij steeds, in een lederen vuilbruine etui, zijn Agfa box bij zich mee met de nodige 120 wit zwart rolfilmen.

Maar de foto’s in deze groen/zwart gevlekte album waren anders dan die ik zag in de andere albums van zijn kroost, die waren spontaan en lieflijk. De eerder statige foto’s in deze album leken wel stuk voor stuk „ansichtkaarten” van oude gebouwen en kerken, ruïnes, gletsjers en watervallen en niet te vergeten de obligatoire berglandschappen, met af en toe op het voorplan poserend ons ma of het hele gezelschap van tantes en nonkels, steevast op de wijze van „de Familie von Trapp” uit the sound of music, driekwart gedraaid maar wel in de camera kijkend en uiteraard van klein naar groot.  Enfin, nogal saaie beelden, op eentje na..!

Mijn moeder sleutelt aan een 170V

Na wat gerommel vond ik eindelijk het mankerende beeld tussen de rest van de uitgestorte inhoud van de omgevallen dozen, de foto die hoorde op de lege plek met de vier doorschijnende hoekjes. Net zoals de andere prints in het album was deze foto een contactafdruk van 6 bij 9 cm, glanzend, met licht vergeelde wit gekartelde rand, even groot als het negatief dus.

Op het eerste gezicht zie je een jonge vrouw sleutelend aan een wagen.Het lijkt erop dat ze een misschien stuk gereden band wil vervangen. Aan haar luchtig kleedje is duidelijk af te lezen dat het een aangename zomerse dag is. Achter de in panne staande opgekrikte wagen staan nog enkele pompeuze Amerikaanse wagens dwars geparkeerd in een doodlopende straat met helemaal achteraan een groot herenhuis waar net nog de zon op schijnt. Maar wat doet mijn moeder al sleutelend in haar zijdeachtig zomerkleed met een kruissleutel, om zogezegd een moer los of vast te vijzen aan een tamboer (zonder dat er een band op gemonteerd zit of zelfs in de buurt ligt) van een Mercedes 170V, die verdorie niet van hen was? Haar jolige blik verraadt de nog prille verliefdheid en de jeugdige ongedwongen enscenering van dit in scene opgezette spel. Ze hadden er duidelijk beiden veel lol in. Misschien droomden ze toen al, vooral mijn pa, van een wagen met een ster. Het zou trouwens nog minstens tien jaar duren voordat mijn ouders hun eerste Mercedes kochten, een heckflosse 190D.

Of mijn moeder ooit een moer zou moeten vastdraaien aan een auto, laat staan dat zij een band moest vervangen, dat had mijn vader als gentlemen nooit toegestaan. Hij heeft haar altijd op handen dragen… Ach, toegegeven, zo zie ik het, als ik naar deze foto kijk.

 

 

error: Content is protected !!