DOSSIER W111 & W112 COUPÉ EN CABRIO

We schrijven einde jaren 50. Het gamma in het bovensegment van de Daimler voertuigen en dan meer specifiek naar coupé- en cabriomodellen, omvat de ‘Ponton’ (W128), de 190 SL (W121), de exclusieve 300 S/C (W188) en de 300 SL (W198). Een divers aanbod. Er wordt dan ook een keuze gemaakt voor het verdere gamma, te weten een aparte SL lijn, de latere ‘Pagode’ en een nieuwe coupé en cabriomodel volledig afgeleid van de nieuw in ontwikkeling zijnde S-klasse, de ‘Hechfloße’ (W111).

Het lastenboek was duidelijk: de coupé (evenals de cabrio) moet nu een volwaardige 4-5 zitter worden met meer luxe dan de 4-deurs limousine en het volledig motorpallet van 6-cylinder motoren kunnen herbergen. De wagen moet herkenbaar zijn, maar toch zodanig afwijken dat de 2-deurs modellen meer exclusiviteit uitstralen. De afwerking dient verfijnder, het comfort hoger en de lijn eleganter. Belangrijk ook, vanuit efficiëntie gezien, dienden het platform en de technische componenten gemeenzaam die van de 4-deurs te delen. Zo startte al in 1957 het ontwerp van de coupé W111. De eerste tekeningen en schaalmodellen van de coupé droegen de typische stijlkenmerken van de 4-deurs zoals de daklijn en vinnen achteraan. De invloed van de Amerikaanse wagens was overduidelijk. Maar om het criterium ‘elegantie’ in te vullen, werd er later gekozen voor een zijdelings glasoppervlak, zonder middenstijl, een ranke eindstijl en een panoramische achterruit. Hierdoor had het ontwerp 44% meer glasoppervlak dan de 4-deurs. Ook werd de coupé langer, breder en lager. Om de wagenlijn nog meer elegantie te geven, werd de frontpartij ook lager en verdwenen de vinnen achter zo goed als volledig. Door de lijnen af te biezen met ranke chroomlijsten werden ze nog meer geaccentueerd. Kortom, de W111 coupé wordt dikwijls genoemd als het meesterwerk van zijn designer,
Paul Bracq.

Zo werd dan eind 1960 de productie van de coupé opgestart op dezelfde wagenlijn als de 4-deurs. De voorstelling kwam als een verrassing in februari 1961. Daimler-Benz, dat zijn 75ste verjaardag vierde, opende zijn nieuw museum en daar kreeg de W111 coupé een ‘avant-première’. Een maand later kon het grote publiek ermee kennis maken op het autosalon van Genève. Het werd een echte blikvanger en ook als eerste Mercedes-Benz wagen met schijfremmen vooraan was het een mijlpaal., Op het autosalon van Frankfurt in het najaar van 1961, werd de 220SEb Cabrio onthuld, een prachtige ruime 4-zits cabrio, maar ook een cabrio ontwerp dat functioneel was. De kap was door één persoon te openen of te sluiten en open rijden gaf nauwelijks windgeruis.

De coupé en cabriomodellen die op dezelfde productielijn vervaardigd werden, kregen wel de nodige aanpassingen en versterkingen. Zo weegt de coupé 200 kg meer dan de sedan, de cabrio zelfs 300 kg. De afwerking stond op een zeer hoog niveau en het dashboard was gedeeltelijk uit edelhout. De instrumenten waren rond en het geheel was rijkelijk afgewerkt met leder en chroom. Het werd later quasi identiek in de 600 (W100) overgenomen. Pure luxe! Op de optielijst stonden de grote lederen fauteuils, aparte achterzetels, een automatische versnellingsbak, servostuur, elektrische ramen rondom, airconditioning, een ivoren stuur en nog veel meer. Daarmee kon je de 220 SEb coupé of cabrio nog duurder maken. Want de wagen was duur. De coupé kostte 60% meer dan de sedan, de cabrio zelfs 70%.

De W111 coupé en cabrio evolueerden technisch mee met de sedan S modellen. In 1965 kwam er de 250 motor, de 4 schijfremmen en grotere 14’ wielen en andere wieldeksels. Binnenin werd er nauwelijks iets veranderd. De 280 motor volgde in 1968. Uiterlijk kreeg de 280 de bumpers met rubberrand van de 4-deurs W108 en binnenin verdween het houtwerk. Lederen afwerking kwam in de plaats. De verkoopaantallen vielen terug. Al bleef de W111 tijdloos elegant, technisch was het geheel verouderd. Een nieuwe korte impuls werd gegeven door de inbouw van de nieuwe V8 3500cc uit de sedan. Deze moest de brug maken naar zijn opvolger in 1971. De 280 SE 3.5 had door zijn krachtige motor veel succes in de US, waar praktisch alle verkoop ervan gerealiseerd werd. Voor deze laatste variant werd de wagen ook licht hertekend. Het voorfront werd verlaagd, de radiator verbreed. Zo kreeg dit laatste model ook de bijnaam ‘ W111 Flachkülher’. De banden werden breder en konden nu ook op de aluminium fuchsvelgen geleverd worden. Binnenin werden vele items van de optielijst nu standaard. Voor de kenners: de kilometerteller eindigt nu op 240 km/h. Zo eindigt in 1971 de productie van de W111 cabrio en coupé. Voor de de cabrio zal het tot 2015 duren alvorens er weer een S-klasse 4 zitter cabrio Mercedes-Benz op de markt komt.

Naast de W111 is er ook de W112. Niet altijd even duidelijk voor de liefhebber.

Zoals bij de 4-deurs versie wilde Daimler ook in het S-klasse segment een topversie in de catalogus hebben. Zo verschenen in 1962 de 300SE coupé en cabrio. De wagens hadden het van de 300SL afgeleide 3000cc blok en waren voorzien van alle luxe. Technisch standaard uitgerust met 4 schijfremmen en een sperdifferentieel. Door de exclusief voor deze W112 voorziene luchtvering en automaat, zweefde de wagen over de weg, luxueus zittend in de lederen fauteuils. Het prijskaartje was er ook naar. De coupé was twee keer zo duur als de sedan en de cabrio uitvoering nog eens de helft meer. De oplage bleef dan ook beperkt. En met de komst van de 280 verdween de 300 uit de catalogus.

Technische en productiegegevens

  • 220, een 6-cylinder met 120 pk, 170km/h snel, van 0-100 in 14 seconden en een verbruik van 14 liter, een productie van 14.173 coupé en 2729 cabrio wagens.
  • 250, een 6-cylinder met 150 pk, 190km/h snel, van 0-100 in 12 seconden en een verbruik van 16 liter, een productie van 5.259 coupé en 954 cabrio wagens.
  • 280, een 6-cylinder met 160 pk, 195km/h snel, van 0-100 in 11,8 seconden en een verbruik van 15 liter, een productie van 3.797 coupé en 1390 cabrio wagens.
  • 280, 3.5 een 8-cylinder met 200 pk, 205km/h snel, van 0-100 in 9 seconden en een verbruik van 18 liter, een productie van 3.270 coupé en 1232 cabrio wagens
  • 300, een 6-cylinder met 160 pk (later 170pk), 200m/h snel, van 0-100 in 11,1 seconden en een verbruik van 18 liter, een productie van 2.419 coupé en 708 cabrio wagens

Ronald Hannet

error: Content is protected !!