ACHTERUIT – VOORUIT

Car-pass

Man man man, wat heb ik er een gigantisch stijve nek aan overgehouden. Ik kan me amper nog naar links draaien, mijn ligamenten aan mijn schouderblad verrokken door voortdurend mijn linker arm over het raamportier te schragen, met mijn hoofd door de zijruit achterwaarts gericht, omdat ik achteruit moet rijden.

Neen, het heeft niets met de car-pass te maken. Herinner je je dat hilarisch TV-spotje van enkele jaren terug? Een gast in een deftig grijs pak met snorretje rijdt in zijn oude rode Volvo prompt de wereld achteruit rond in een poging om zijn kilometerteller naar beneden te krijgen. Uw kleine teen krult al van de pret, vanop kilometers afstand weet je dat deze snuggere in maatpak, het deksel tegen zijn niets vermoedende blinkende neus zal krijgen. Sinds 2006 is er immers een officiële car-pass ingevoerd, in de hoop het gesjoemel met de kilometerteller uit te sluiten, bij verkoop van een wagen.

Iedereen weet ondertussen dat ik gepokt en gemazeld fan ben van chassis-wagens. Ik zou er alles voor over hebben om een vooroorlogse 170V A cabriolet te kunnen aanschaffen. Mercedes heeft, doorheen de geschiedenis van de automobiel, waanzinnige wagens gemaakt, mijlpalen van design en ontwikkeling, altijd vooraan op de technische barricade. Maar mijn hart klopt over bij het zien van een eenvoudige 170V A cabriolet, meer moet dat echt niet zijn! Doch praktisch stelt zich een enorm probleem dat “alles” tja, dat heb ik niet!

Dus ben ik nostalgisch blijven hangen in de vroege jaren vijftig met mijn ouwe getrouwe 170S die ik als snotter van twintig kocht, correctie, in feite geruild heb, voor een geaccidenteerde Heckeflosse, …those were the days!

Een Ponton in Peer

Maar het kriebelt waar een hand niet krabben kan. Dus dan maar de tering naar de nering gezet of iets in die orde. In 2011 of ’12 kocht ik, via aangeven van een vriend, ergens in het Limburgse Peer voor een zogenaamde appel en een ei, een Ponton 220S. Een meer dan complete wagen, zei de eigenaar, maar totaal ontmanteld. Een naakte kas met al de rest aan onderdelen gepropt in tientallen dozen. Deuren, voor- en achterspatborden aan overvloed, met een keuze aan chroomonderdelen weliswaar totaal te herdoen. Een amalgaam van verschillende wagens op een hoopje.

Het geklepper van de alarmklokken moet oorverdovend geweest zijn, iedereen voelde het in Tokio beven of ten minste in Keulen donderen. Maar “bie bie”, doof en blind door de verzuchting naar luxe en grandeur, tuimelde er, met open oren en ogen, met twee voeten in.

De restauratie werd een begankenis, een processie van Echternach om U tegen te zeggen, niet de processie zoals ze nu gelopen wordt, al repetitief dansend van het linker op het rechter been, maar zoals het oorspronkelijk was overgeleverd uit de middeleeuwen, drie stappen vooruit twee achteruit. Uiteindelijk wordt het een chaos en kom je nooit aan!

Onderdelen van vermoedelijk een 220A, of 219, en 220S, het zat allemaal ongesorteerd in dozen en kratten, in blikken conservendozen, versleten Tupperware dozen van alle formaten, ijskreemdozen van het IJsboerke, vol met vijzen, rondellen en vooral onbestemde stukken en stukjes waarvan ik in de verre verte geen vermoeden had waarvoor het dienen moest. Losse onderdelen van de ophanging vooraan, de pont achteraan (de olie liep eruit), vier boîten waarvan een zonder deksel. Eén zootje oud ijzer. Houten bakken met onderdelen voor twee, deels drie carburators, inspuit -en uitlaatstukken, een vacuüm rembekrachtiger volledig naar de verdoemenis. Enfin, een feest van treurnis!

De versnellingsbak van een 219

Maar uiteindelijk, net geen tien jaar later, met dank aan Corona voor de extra time en uiteraard met, goddank, de hulp van competente mensen, was ten lange leste de grote dag aangebroken. Tijd voor “dé testrit”!!!

Ik kon niet vroeg genoeg bij mijn maat aan zee zijn die dag. Na drie jaar heen en weer peddelen waren de zenuwen hoog gespannen. Ik had al talloze keren de auto verzet, binnen en buiten gereden maar nog nooit een echte rit gemaakt. Alle onderdelen waren gedemonteerd geweest, hersteld en getest. Het uur van de waarheid, je weet er gaan kinderziektes zijn, starten, rijden… De motor ronkte en zoemde, een zescilinder, wat een verschil met mijn oude diesel, de wagen gleed over de baan met een vering die me aan een waterbed deed denken, de luxe van het interieur in warm massief beukenhout. Mijn neus kon niet harder krullen.

Zeg, zei mijn maat droog, uw kilometerteller werkt niet, heb jij die kabel wel goed aangesloten? De enige complete en goede versnellingsbak die bij al die rommel bijgeleverd was, was na lang zoeken (want de snelheidsmeter werkt wel degelijk) afkomstig uit een Ponton 219. De archimedesschroef aan het kroonwiel achteraan de versnellingsbak bij een 219 draait andersom!

Sindsdien rijd ik maar achteruit om te weten hoe hard ik rijd!!!

Frank Croes

error: Content is protected !!